4
1 En
Adam had gemeenschap met Eva,
zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde Kaïn,
en zei: Ik heb een man van de HEERE
gekregen!
2 En zij baarde opnieuw: zijn
broer Abel. Abel werd herder van kleinvee en Kaïn werd bewerker van de
aardbodem.
Gemeenschap hebben = kennen, bekennen
Zie Matt 16:15 Toen vroeg hij hun: ‘En wie ben ik volgens jullie?’
Kaïn = verkregen, bezit
Abel = niets, ijdelheid
Eva lijkt Kaïn de naam te geven, bij Abel
lijkt het erop dat deze zoon kleiner, minder is dan Kain in de ogen van zijn
ouders. Eva geeft Seth zijn naam, terwijl in Gen5 Adam hem die naam geeft. Seth
geeft de naam aan zijn zoon: Enosh = zwakkeling, sterveling
3 En
het gebeurde na verloop van dagen dat Kaïn van de opbrengst van de aardbodem
aan de HEERE een offer bracht.
4 Ook
Abel bracht een offer,
van de eerstgeborenen van zijn kleinvee en van hun vet.
De HEERE nu sloeg acht op Abel en op zijn offer,
5 maar
op Kaïn en op zijn offer sloeg Hij geen acht. Toen ontstak Kaïn in grote woede en
liet hij zijn hoofd zakken.
6 En
de HEERE zei tegen Kaïn: Waarom bent u in woede ontstoken en
waarom heeft u uw hoofd laten zakken?
7 Is
het niet zo dat u, als u het goede doet, uw hoofd kunt
opheffen? Maar als u niet het goede doet, ligt de zonde aan de deur. Naar u
gaat zijn begeerte uit, maar ú moet over hem heersen.
Aardbodem is vervloekt (Gen 2:17), je kunt
daar geen aangenaam offer van brengen,
Wel een offer waar bloed vloeit, God had
het voorbeeld gegeven. Typisch dat wel Kain de 1e is en niet Adam,
maar Gods offer is meteen afdoende. Net zoals het offer van de Here Jezus,
eenmaal i.p.v. vele malen (Hebr. 9:24-28)
Hebr 11:4 Door zijn geloof had het offer dat Abel aan God bracht meer waarde dan dat
van Kaïn. Over Abel wordt dan ook lovend gesproken als over een rechtvaardige –
God zelf liet zich prijzend uit over zijn gaven –, en door zijn geloof klinkt
zijn stem nog steeds, ook al is hij gestorven.
1e voorbeeld van een moord op
godsd. Gronden, er zullen nog vele volgen.
Joh 8: 44 Gij hebt de duivel tot vader en wilt de begeerten van uw
vader doen. Die was een mensenmoorder van den beginne en staat niet in de
waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt,
spreekt hij naar zijn aard, want hij is een leugenaar en de vader der leugen.
Principe: heersen over de zonde. Rom 6-8
Rom 6:12 Laat dan de zonde niet langer als
koning heersen in uw sterfelijk lichaam, zodat gij aan zijn begeerten zoudt
gehoorzamen,
Contrast, het tegenovergestelde, de genade
moet heersen
Rom 5:21 opdat, gelijk de zonde als koning
heerste in de dood, zo ook de genade zou heersen door rechtvaardigheid ten
eeuwigen leven door Jezus Christus, onze Here.
8 En
Kaïn sprak met zijn broer Abel. En het gebeurde, toen zij op het veld waren,
dat Kaïn zijn broer Abel aanviel en hem doodde.
9 En
de HEERE zei tegen Kaïn: Waar is Abel, uw broer? En hij zei: Ik weet het niet;
ben ik de hoeder van mijn broer?
10 En
Hij zei: Wat hebt u gedaan! Er is een stem van het bloed van uw
broer, dat van de aardbodem tot Mij roept.
11 Nu
dan, u bent vervloekt, weg van de aardbodem, die zijn mond heeft opengedaan om
het bloed van uw broer uit uw hand op te nemen.
12 Als u de aardbodem bewerkt, zal die u zijn volle
opbrengst niet meer geven; u zult dolend en dwalend over de aardegaan.
ben ik de hoeder van mijn broer? Ja!! Armenzorg,
diakonie Hd 6:1-4; 9:36
1 Joh 3:11 Want dit is de verkondiging, die gij van den beginne gehoord hebt: dat wij elkander zouden liefhebben; 12 niet gelijk Kaïn: hij was uit de boze en vermoordde zijn broeder. En waarom vermoordde hij hem? Omdat zijn werken boos waren en die van zijn broeder rechtvaardig. 13 Verwondert u niet, broeders, wanneer de wereld u haat. 14 Wij weten, dat wij overgegaan zijn uit de dood in het leven, omdat wij de broeders liefhebben. Wie niet liefheeft, blijft in de dood. 15 Een ieder, die zijn broeder haat, is een mensenmoorder en gij weet, dat geen mensenmoorder eeuwig leven blijvend in zich heeft. 16 Hieraan hebben wij de liefde leren kennen, dat Hij zijn leven voor ons heeft ingezet; ook wij behoren dan voor de broeders ons leven in te zetten. 17 Wie nu in de wereld een bestaan heeft en zijn broeder gebrek ziet lijden, maar zijn binnenste voor hem toesluit, hoe blijft de liefde Gods in hem?
Zo roept het bloed van de Here Jezus tot
de zondaren, iedereen, heidenen, de Romeinen, en Joden, als oordeel óf tot
leven voor hen die geloven.
Uitbreiding van de vloek. Later sabbatsjaar
ingevoerd; 6e jaar extra opbrengst.
13 En
Kaïn zei tegen de HEERE: Mijn misdaad is te groot om vergeven te worden.
14 Zie,
U verdrijft mij heden van het aangezicht van de aardbodem en ik zal voor Uw
aangezicht verborgen zijn en dolend en dwalend over de aarde gaan; en het zal zo zijn
dat al wie mij tegenkomt, mij zal doden.
15 Maar
de HEERE zei tegen hem: Daarom zal al wie Kaïn doodt zevenvoudig gewroken
worden! En de HEERE merkte Kaïn met een teken, zodat niemand die hem tegenkwam,
hem zou doden.
16 Toen
ging Kaïn weg van het aangezicht van de HEERE; en hij woonde in het land Nod, ten
oosten van Eden.
17 En
Kaïn had gemeenschap met zijn vrouw, en zij werd zwanger en baarde
Henoch. Kaïn was een stad
aan het bouwen, en hij noemde de naam van die stad naar de naam van zijn zoon,
Henoch.
18 En
bij Henoch werd Hirad geboren; en Hirad verwekte Mechujaël; en Mechujaël
verwekte Methusaël; en Methusaël verwekte Lamech.
19 Lamech
nam voor zichzelf twee vrouwen; de naam van de ene was Ada, en de naam van de
andere Zilla.
20 Ada
baarde Jabal; die werd de vader van wie tenten bewonen en vee houden.
21 En
de naam van zijn broer was Jubal. Deze werd de vader van allen die harp en
fluit kunnen bespelen.
22 Ook
Zilla baarde: Tubal Kaïn, een smid, vader van alle koper- en
ijzerbewerkers; en de zuster van Tubal Kaïn was Naëma.
Stad = ir, kenmerkend voor de mens die de
akker wil ontlopen, want die brengt minder op, enz. Israel was een agrarische
gemeenschap, de koning en de priesters woonden in steden.
Jericho kan etymologisch afgeleid worden
uit Henoch en stad en was misschien de oudste stad.
Kanaan is verwant aan Kain, betekent
koopman, drijft handel en heeft minachting voor handenarbeid, vrouwen en kinderen.
Nu, afgelopen decennium, zijn er meer
mensen in steden dan op het platteland.(Tyrus en Sidon en rondom)
Nimrod was de 1e na de vloed die
een stad bouwde
23 En
Lamech zei tegen zijn vrouwen:
Ada en Zilla, luister naar mijn stem,
vrouwen van Lamech, hoor mijn woorden aan:
Voorzeker! Ik doodde een man om mijn wond
en een jongen om mijn striem!
24 Want
Kaïn wordt zevenvoudig gewroken,
maar Lamech zeventig maal zevenmaal.
Lamech = krachtig
Adah = sieraad
Tsillah = schaduw
N.a.v. het heersen: hier is een sterke
man, die zijn vrouw gebruikt als sieraad, en ze fungeert als zijn schaduw.
De 1e met 2 vrouwen, hij doodde
uit wraak, lijkt niet schuldbewust, trots en hoogmoedig, want hij claimt meer
dan Kain kreeg. Terwijl Kain nog zei: “Mijn misdaad is te groot om vergeven te
worden”
(Maar dé Man zal over haar heersen, zoals
Christus dat heeft voorgedaan Ef 5:21->)
25 En
Adam had opnieuw gemeenschap met zijn vrouw en zij baarde een zoon, en zij gaf
hem de naam Seth. Want, zei ze, God heeft mij ander nageslacht
gegeven in de plaats van Abel; Kaïn heeft hem immers gedood.
26 En
ook bij Seth werd een zoon geboren, en hij gaf hem de naam Enos. Toen begon men
de Naam van de HEERE aan te roepen.
Seth = plaatsvervanger (van Abel, die werd gedood), beeld
van opgestane.
Uit zijn nageslacht komen de Godvruchtige mensen, contrast
met Kains nageslacht .
Enosh = zwakkeling, sterveling i.t.t. Lamech = krachtig. Zo
zien de mensen (enoshim!!) gelovigen, als zwakkelingen, die een God nodig
hebben. Maar de nakomelingen van Kain hebben de vloed niet overleefd, ontkomen
niet aan het oordeel.
Kains nageslacht zoekt het vertier in deze wereld: muziek,
ontwikkeling gereedschappen, tenten. Op zich zaken die niet verkeerd zijn.
Paulus was ook tentenmaker, David gebruikte de citer enz.