Kaïn geloofde niet in Gods genade (Gen 4:13). Hoewel hij zou moeten weten hoe God gehandeld had met zijn ouders. Hoewel schuldig met daarop de dood als straf, nam God een dier als plaatsvervanger. Maar Kaïn was koppig, eigenwijs? Misschien voelde hij zich wel 'de man', Eva had in hem immers 'de man' gezien die God had beloofd. Abel vond ze maar niets.
Kaïn wist van het bestaan van God, net zoals veel mensen met gelovige ouders, is hij hier niet een beeld van de eigenwijze zoon? Die liever gelooft in een strenge God en dus maar liever dwalend en dolend zijn weg gaat. En dus het wil ontwijken door in een stad te gaan wonen?